Lidmaatschap
UIT DE STATUTEN
Begin Lidmaatschap
Artikel 4
1.a Leden zijn natuurlijke personen, die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten.
1b Alleen diegenen die voor de duur van hun lidmaatschap ook lid van de KNVB zijn, kunnen lid zijn van de vereniging.
2.a Tot het lidmaatschap van de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de KNVB worden toegelaten, of van wie de KNVB het lidmaatschap heeft beëindigd.
2.b De vereniging verplicht zich voor al haar leden, alsmede voor al degenen die in de vereniging een functie-welke dan ook- bekleden, het lidmaatschap van de KNVB aan te vragen.
2.c Het bestuur draagt er zorg voor dat degenen die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de KNVB.
3. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene alsnog door de eerstvolgende algemene vergadering tot toelating worden besloten, zulks met inachtneming van het in lid 2 van dit artikel bepaalde.
4. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging het predikaat "Lid van Verdienste" of "Ere-lid" verlenen.
5. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen; een en ander op een door de KNVB aan te geven wijze.
Einde Lidmaatschap
Artikel 7
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting uit het lidmaatschap, als bedoeld in artikel 6;
2.a Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.
b Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur, tenzij in een Tuchtreglement anders is bepaald.
3. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. in de gevallen in de statuten genoemd;
b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de statuten aan het lidmaatschap stellen;
c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
4.
a. Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
b. Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:
1. wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
2. binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is. deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen hieronder begrepen;
3. binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot om-
zetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
5.
a. Opzegging van het lidmaatschap kan, onverminderd het onder b. bepaalde, slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.
b. In afwijking van het onder a bepaalde kan het lidmaatschap met onmiddellijke ingang worden beëindigd in de gevallen als genoemd in de leden 3 en 4 onder b en lid 6 van dit artikel.
c. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lid-
maatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
6.
Indien een lid door de KNVB uit het lidmaatschap is ontzet of op andere wijze is beëindigd, is het bestuur, na het onherroepelijk worden van deze ontzetting of beëindiging, verplicht het lidmaat-
schap van het desbetreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
7.
Behoudens in geval van overlijden wordt enig gewezen lid dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opge-
legde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.
Begin Lidmaatschap
Artikel 4
1.a Leden zijn natuurlijke personen, die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten.
1b Alleen diegenen die voor de duur van hun lidmaatschap ook lid van de KNVB zijn, kunnen lid zijn van de vereniging.
2.a Tot het lidmaatschap van de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de KNVB worden toegelaten, of van wie de KNVB het lidmaatschap heeft beëindigd.
2.b De vereniging verplicht zich voor al haar leden, alsmede voor al degenen die in de vereniging een functie-welke dan ook- bekleden, het lidmaatschap van de KNVB aan te vragen.
2.c Het bestuur draagt er zorg voor dat degenen die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de KNVB.
3. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene alsnog door de eerstvolgende algemene vergadering tot toelating worden besloten, zulks met inachtneming van het in lid 2 van dit artikel bepaalde.
4. Op voorstel van het bestuur kan de algemene vergadering een lid wegens zijn bijzondere verdiensten voor de vereniging het predikaat "Lid van Verdienste" of "Ere-lid" verlenen.
5. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen; een en ander op een door de KNVB aan te geven wijze.
Einde Lidmaatschap
Artikel 7
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid, in welk geval het lidmaatschap niet vererft;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting uit het lidmaatschap, als bedoeld in artikel 6;
2.a Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.
b Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur, tenzij in een Tuchtreglement anders is bepaald.
3. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. in de gevallen in de statuten genoemd;
b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de statuten aan het lidmaatschap stellen;
c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
4.
a. Een lid kan het lidmaatschap opzeggen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
b. Een lid kan het lidmaatschap voorts met onmiddellijke ingang beëindigen:
1. wanneer redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
2. binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is. deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven, wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen hieronder begrepen;
3. binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot om-
zetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
5.
a. Opzegging van het lidmaatschap kan, onverminderd het onder b. bepaalde, slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Op deze termijn is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.
b. In afwijking van het onder a bepaalde kan het lidmaatschap met onmiddellijke ingang worden beëindigd in de gevallen als genoemd in de leden 3 en 4 onder b en lid 6 van dit artikel.
c. Een opzegging in strijd met het onder a bepaalde doet het lid-
maatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
6.
Indien een lid door de KNVB uit het lidmaatschap is ontzet of op andere wijze is beëindigd, is het bestuur, na het onherroepelijk worden van deze ontzetting of beëindiging, verplicht het lidmaat-
schap van het desbetreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
7.
Behoudens in geval van overlijden wordt enig gewezen lid dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoerlegging van een opge-
legde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.
